Aanpak van een gebroken tand bij het paard

Achtergrond

Tandfracturen behoren tot de frequent voorkomende bevindingen tijdens het mondonderzoek bij het paard. Er is gerapporteerd dat tot ongeveer 70% van de paarden gedurende hun leven één of meerdere tandfracturen oploopt. Hoewel een tandfractuur soms een toevallige bevinding is bij een routinematig gebitsonderzoek, varieert de klinische relevantie sterk afhankelijk van het type van de fractuur.

De gevolgen van een tandfractuur worden voornamelijk bepaald door het verloop van de fractuurlijn en de betrokkenheid van vitale tandstructuren, zoals de pulpa. Terwijl sommige fracturen beperkt blijven tot niet-vitale tandweefsels en geen onmiddellijke behandeling vereisen, kunnen andere aanleiding geven tot pulpa-expositie, endodontische infectie, apicale pathologie en zelfs secundaire aandoeningen (bv. sinusitis). Een correcte beoordeling van het fractuurtype is daarom essentieel om te bepalen of aanvullend diagnostisch onderzoek, zoals beeldvorming, en/of therapeutische interventie geïndiceerd zijn.

Het protocol dat in dit document wordt beschreven, biedt een systematische en stapsgewijze benadering voor de evaluatie van tandfracturen bij het paard. Aan de hand van een gestructureerde beoordeling van de fractuurkenmerken en de bijbehorende klinische bevindingen wordt toegelicht wanneer verdere diagnostiek noodzakelijk is en welke behandelingsopties overwogen dienen te worden

Stap 1. Klinisch mondonderzoek

Vraag 1. Is de tand endodontisch gecompromitteerd?

De eerste stap bij de evaluatie van een tandfractuur is het beoordelen of er aanwijzingen zijn voor endodontische betrokkenheid. Hierbij dienen de volgende aspecten zorgvuldig te worden geëvalueerd:

  • Is er sprake van pulpa-expositie?
    Beoordeel of het pulpakanaal geopend is. Wanneer de fractuur zich uitstrekt tot het secundaire dentine, bestaat de mogelijkheid dat het onderliggende pulpakanaal is blootgelegd. De aanwezigheid van een duidelijk defect (“gaatje”) waarin bijvoorbeeld een sonde of fijne naald kan worden ingebracht, is een sterke aanwijzing voor pulpa-expositie. Houd er echter rekening mee dat een pulpakanaal niet altijd macroscopisch zichtbaar is; een kleine opening kan reeds voldoende zijn om bacteriële contaminatie van de pulpa mogelijk te maken.
  • Sluit de gingiva niet goed aan rond de tand?
    Evalueer of de gingivarand nog nauw aansluit ter hoogte van de tandfractuur. Een onderbroken of losliggende gingivale aanhechting kan wijzen op een bijkomend parodontaal letsel of een fractuur die zich subgingivaal uitstrekt. Daarnaast kan een verminderde gingivale afsluiting leiden tot voedselimpactie en bacteriële contaminatie, waardoor het risico op zowel parodontale als endodontische infectie toeneemt.
Is het antwoord NEE op bovenstaande vraag → Niet-gecompliceerde tandfractuur

Behandeling

  • Verwijder het afgebroken tandfragment.
  • Rond scherpe randen af.
  • Geef pijnstilling indien het afgebroken fragment letsels in de mond heeft
    veroorzaakt.
    Opvolging: Regelmatige klinische controles om eventuele latere complicaties tijdig op te
    sporen.
Is het antwoord JA op bovenstaande vraag → Gecompliceerde tandfractuur

Volgende stap

  • Voer beeldvorming (radiografie) uit om de apicale (tandwortel) regio te
    beoordelen.

Stap 2. Beoordeling van de radiografie

Vraag 2. Zijn er radiografische tekenen van een apicale infectie?

  • Zijn de tandwortels ingekort en/of afgerond?
  • Is er een apicale lucentie (halo)?
  • Is er sclerose van het omliggende bot?
NEE → Geen radiografische tekenen van een apicale infectie

Er zijn verschillende behandelingsopties.

Optie 1. Conservatieve behandeling

  • Verwijder het afgebroken tandfragment en rond scherpe randen af.
  • Medicamenteuze behandeling (dit is enkel geïndiceerd bij een acute
    tandfractuur. Bij chronische fracturen, bijvoorbeeld wanneer deze als
    toevalsbevinding worden vastgesteld, is deze behandeling doorgaans niet meer
    aangewezen):
    • Start een antibioticumbehandeling: bv. Doxycycline (10 mg/kg BID,
      per oraal) gedurende 3 weken.
    • Start een NSAID-behandeling: gedurende 5 à 10 dagen.
  • Voorzie een regelmatige klinische control

Belangrijk: Bespreek deze aanpak grondig met de eigenaar. Er bestaat een reëel risico
dat zich alsnog een apicale infectie ontwikkelt wanneer het lichaam de bacteriële
contaminatie niet onder controle krijgt. In dat geval kan een bijkomende behandeling of
een tandextractie alsnog noodzakelijk worden.

Optie 2. Endodontische behandeling (tandbehoud)

Afhankelijk van de toestand van de pulpa zijn er drie mogelijkheden:

  1. Vitale pulpa: Vitale pulpotomie of pulpectomie.
  2. Dentinebrug aanwezig: Endodontische restauratie.
  3. Open communicatie over de volledige lengte van het pulpakanaal: Volledige
    wortelkanaalbehandeling.
JA → Radiografische tekenen van een apicale infectie

Aanbevolen behandeling

  • Tandextractie.

Alternatief in geselecteerde gevallen

  • In sommige gevallen kan een wortelkanaalbehandeling nog worden overwogen.
    Hierbij is het belangrijk de eigenaar erop te wijzen dat de prognose voor langdurig
    behoud van de tand minder gunstig is dan wanneer nog geen apicale infectie
    aanwezig is.

Voor OVT-leden is er een praktisch protocol beschikbaar. Klik hier om het protocol te bekijken.

Gerelateerde Vet Info's

13 augustus, 2026

Aanpak van een gebroken tand bij het paard

Achtergrond Tandfracturen behoren tot de frequent voorkomende bevindingen tijdens het mondonderzoek bij het paard. Er is gerapporteerd dat tot ongeveer 70% van de paarden gedurende...

19 juli, 2026

Salmonella

Inleiding Salmonellose bij het paard is een infectieuze enterocolitis veroorzaakt door Salmonella enterica, een gramnegatieve, facultatief anaerobe bacterie. In de paardenpraktijk is vooral de combinatie...

17 juni, 2026

Equine grass disease – Equine Dysautonomie

Inleiding Equine grass sickness (EGS), ook gekend als equine dysautonomie, is een verworven, degeneratieve polyneuropathie die voornamelijk voorkomt bij grazende paarden en wordt gekenmerkt door...