Equine grass disease – Equine Dysautonomie

Inleiding

Equine grass sickness (EGS), ook gekend als equine dysautonomie, is een verworven, degeneratieve polyneuropathie die voornamelijk voorkomt bij grazende paarden en wordt gekenmerkt door een vaak fataal verloop. De aandoening werd voor het eerst beschreven begin 20e eeuw en komt hoofdzakelijk voor in Noord-Europa, met een hoge prevalentie in het Verenigd Koninkrijk en sporadische gevallen in continentaal Europa .

Pathologisch betreft EGS een multisysteemneuropathie waarbij zowel het autonome als het enterische zenuwstelsel (ENS), en in mindere mate het somatische zenuwstelsel, wordt aangetast . De klinische presentatie weerspiegelt voornamelijk dysfunctie van het autonome zenuwstelsel (ANS), met uitgesproken gastro-intestinale motiliteitsstoornissen.

Ondanks meer dan een eeuw onderzoek blijft de etiologie onduidelijk. Hypothesen omvatten onder meer een toxicoinfectie met Clostridium botulinum type C en blootstelling aan mycotoxines.

Epidemiologie

Risicofactoren

EGS treft voornamelijk paarden tussen 2 en 7 jaar oud, zonder duidelijke geslachtspredispositie. Verschillende epidemiologische studies hebben consistente risicofactoren geïdentificeerd:

  • Recente verplaatsing naar een nieuwe weide (binnen 2 weken)
  • Grazende huisvesting
  • Voorjaar en vroege zomer
  • Koel, droog weer met onregelmatige vorst
  • Hoge bezettingsgraad van paarden
  • Leem- en zandbodems
  • Bodems rijk aan stikstof, ijzer en zware metalen
  • Aanwezigheid van Ranunculus spp.
  • Recente ontworming met ivermectine

Daarnaast werd aangetoond dat lage serumantilichamen tegen C. botulinum type C geassocieerd zijn met een verhoogd risico, terwijl hogere titers mogelijk protectief zijn.

Beschermende factoren

Beschermende factoren omvatten onder andere:

  • Bijvoederen met hooi of voordroog
  • Manuele mestverwijdering
  • Gras maaien
  • Cograzing met herkauwers
  • Contact met eerdere gevallen (mogelijk immunologisch effect)

Pathofysiologie en pathogenese

Neuroanatomische aantasting

EGS wordt gekenmerkt door degeneratie van:

  • Prevertebrale en paravertebrale autonome ganglia
  • Enterische plexus (myenterisch en submucosaal)
  • Postganglionische parasympathische en sympathische neuronen

De meest uitgesproken letsels worden gevonden in de enterische plexus van het ileum.

Mechanismen

De klinische symptomen zijn het gevolg van een dysfunctie van het autonome zenuwstelsel:

  • Verminderde intestinale motiliteit → ileus
  • Vochtsequestratie in dunne darm → reflux
  • Verhoogde vochtresorptie in colon → impactie
  • Verminderde vagale tonus → tachycardie

Dysfagie ontstaat door aantasting van hersenstamkernen en craniale zenuwen.

Klinische presentatie

Algemene symptomen

  • Depressie
  • Dysfagie
  • Speekselen
  • Tachycardie (door verhoogde sympathische activiteit)
  • Bilaterale ptosis
  • Spiertremoren

Acute vorm (<48u)

  • Ernstige ileus en reflux
  • Koliek
  • Tachycardie (80–120 bpm)
  • Hypovolemie en shock
  • Sterfte binnen korte tijd

Subacute vorm (3-7 dagen)

  • Colonimpactie
  • Matige koliek
  • Tachycardie (60–80 bpm)
  • Patchy zweten
  • Opgetrokken buik

Chronische vorm (weken-maanden)

  • Cachexie
  • Verminderde eetlust
  • Droge korsten in de neus : rhinitis sicca
  • Progressieve spierzwakte
  • Opgetrokken buik
  • Verminderde mestproductie

Pathologie

Macroscopisch

  • Ileus en dilatatie dunne darm
  • Colon- en caecumimpactie
  • Splenomegalie
  • Slokdarmulceraties
  • Zwarte darminhoud (intraluminale bloeding)
  • Rhinitis sicca

Microscopisch

Kenmerkende neuronale degeneratie:

  • Chromatolyse
  • Verlies van Nissl-substantie
  • Eccentrische of pyknotische nuclei
  • Neuronale zwelling en vacuolisatie
  • Axonale dystrofie
  • Intracytoplasmatische eosinofiele sferoïden

Daarnaast is er een reductie van interstitiële cellen van Cajal, wat bijdraagt aan motiliteitsstoornissen.

Diagnose

Klinische diagnose

Diagnose berust op:

  • Anamnese en risicofactoren
  • Klinisch beeld
  • Uitsluiten van differentiaaldiagnosen (bv. strangulatie, duodenitis-proximal jejunitis)

Aanvullende diagnostiek

Niet-specifiek:

  • Hematologie vaak normaal
  • Verhoogd fibrinogeen bij acute gevallen

Functionele testen:

  • Fenylefrinetest (0,5%): tijdelijke opheffing van ptosis → bevestigt autonome dysfunctie

Beeldvorming en klinische testen:

  • Reflux via nasogastrische sonde
  • Echografie: gedilateerde darmlussen
  • Rectaal onderzoek: impactie

Histopathologie

Gouden standaard:

  • Ileumbiopt (ante mortem)
  • Autonome ganglia (post mortem)

Kenmerken:

  • Neuronale degeneratie in myenterische en submucosale plexus

Alternatieve technieken:

  • Rectumbiopt: hoge specificiteit, lage sensitiviteit
  • Linguale biopsie (gustatory papillae): sensitiviteit ~100%, specificiteit ~98% (nog in validatie)

Behandeling en management

Acute en subacute vormen

  • Prognose: 100% fataal
  • Behandeling beperkt tot stabilisatie:
    • IV-vloeistoffen
    • Analgesie
    • Maagdecompressie

Chronische vorm

Overleving: ±50%

Ondersteunende zorg

  • Frequent kleine porties van energierijke voeding
  • Eventueel enterale of parenterale voeding
  • Lichte beweging en grazen

Medicamenteuze therapie

  • NSAID’s:
    • Flunixin meglumine
    • Fenylbutazone
  • Antibiotica bij aspiratiepneumonie:
    • Oxytetracycline, gentamicine + penicilline
  • Prokinetica (beperkt nut)
  • Diazepam (appetijt stimulatie, wisselend effect)

Prognose

  • Acute/subacute: 100% mortaliteit
  • Chronisch: ±50% overleving

Prognostische factoren:

  • Aanwezige eetlust (gunstig)
  • Mate van gewichtsverlies
  • Ernst van rhinitis sicca (ongunstig)

Aanwezigheid van aspiratiepneumonie

Preventie

Preventieve maatregelen richten zich op risicoreductie:

  • Vermijden van plotse weidewissels
  • Bijvoederen met hooi
  • Manuele mestverwijdering
  • Grasbeheer (maaien)
  • Vermijden van overbegrazing
  • Monitoring tijdens risicoperiodes

Conclusie

Equine grass sickness is een ernstige, vaak fatale multisysteemneuropathie met een complexe en nog onvolledig begrepen etiologie. De aandoening wordt gekenmerkt door degeneratie van het autonome en enterische zenuwstelsel, leidend tot ernstige gastro-intestinale dysfunctie. Diagnose blijft uitdagend en steunt op klinisch inzicht en histopathologie. Behandeling is voornamelijk ondersteunend en enkel chronische gevallen hebben een redelijke kans op overleving. Verdere research naar etiologie en preventie is lopende.

Referenties

  • McGorum B.C. & Pirie R.S. (2018). Equine dysautonomia. Veterinary Clinics of North America: Equine Practice, 34(1), 113–125.
  • Berckmans P., Dufourni A. & van Loon G. (2024). Grass disease: huidige kennis van zaken. Vlaams Diergeneeskundig Tijdschrift, 93, 203–209.
  • Pirie R.S., Jago R.C. & Hudson N.P.H. (2014). Equine grass sickness. Equine Veterinary Journal, 46(5), 545–553.
  • Aleman M., Nout-Lomans Y.S. & Reed S.M. (2018). Disorders of the neurologic system. In: Reed S.M., Bayly W.M., Sellon D.C. (eds.). Equine Internal Medicine (4th ed., pp. 580–708). Elsevier, Missouri.
  • Halliwell L. & Carslake H. (2022). Clinical update on equine grass sickness. In Practice, 44, 476–482.
  • McGorum B.C. et al. (2021). Gastrointestinal mycobiome in equine grass sickness. Animals.
  • Leng J. et al. (2018). Microbiome alterations in equine grass sickness. Journal of Equine Veterinary Science.



Gerelateerde Vet Info's

17 juni, 2026

Equine grass disease – Equine Dysautonomie

Inleiding Equine grass sickness (EGS), ook gekend als equine dysautonomie, is een verworven, degeneratieve polyneuropathie die voornamelijk voorkomt bij grazende paarden en wordt gekenmerkt door...

27 mei, 2026

Het nut van serologie, naast PCR, voor de diagnose van droes

In onze laatste Vet Case bespraken we een geval van immuungemedieerde hemolytische anemie secundair aan een Streptococcus equi subsp. equi infectie. In deze Vet Info...

6 mei, 2026

Leptospirose bij het veulen

Een belangrijke dreiging of niet? Etiologie en pathofysiologie Leptospirose is een wereldwijd voorkomende bacteriële zoönose veroorzaakt door spirocheten van het genusLeptospira. Hoewel blootstelling aan Leptospira...