In onze laatste Vet Case bespraken we een geval van immuungemedieerde hemolytische anemie secundair aan een Streptococcus equi subsp. equi infectie. In deze Vet Info overlopen we het belang van serologie, als aanvullende test op PCR, in de diagnose van droes bij paarden.
Serologie bij verdenking van een infectie met Streptococcus equi ss. equi heeft een duidelijk ondersteunende rol, maar mag nooit gebruikt worden als enige diagnostische methode voor het aantonen van een actieve infectie of dragerschap. De testen zijn gebaseerd op het aantonen van IgG-antistoffen tegen sterk immunogene oppervlakte-eiwitten van de bacterie, zoals SeM en SzPSe. Deze eiwitten zijn antiphagocytair en lokken een uitgesproken immuunrespons uit, waardoor ze geschikt zijn als doelwit voor serologische assays zoals de indirecte ELISA.
Het belangrijkste nut van serologie ligt in het aantonen van een immuunrespons na contact met de kiem. Op die manier kan een recente infectie worden gedetecteerd, hoewel dit afhankelijk is van het type test en het tijdsinterval sinds infectie -> bepaalde meer recente testen kunnen al binnen twee weken na infectie een seroconversie aantonen. Dit maakt serologie bruikbaar om recente blootstelling in kaart te brengen, bijvoorbeeld in het kader van screening van dieren vóór introductie in een nieuwe groep of bij het opvolgen van een uitbraak. In dat verband kan serologie helpen om dieren te identificeren die verder onderzocht moeten worden met meer directe technieken zoals qPCR op gutturale zakspoelingen -> vooral om subklinische dragers op te sporen.
Daarnaast heeft serologie een belangrijke rol in het inschatten van het risico op complicaties, in het bijzonder purpura hemorrhagica. Paarden met hoge antistoftiters lopen een verhoogd risico op deze immuungemedieerde complicatie na vaccinatie. Daarom wordt serologie gebruikt om voorafgaand aan vaccinatie dieren met hoge titers te identificeren, waarbij vaccinatie gecontra-indiceerd kan zijn. Op die manier draagt serologie bij aan een veilig vaccinatiebeleid.
Verder kan serologie een diagnose ondersteunen bij bepaalde complicaties van S. equi-infectie, zoals gedissemineerde abcesvorming (bastard strangles) of purpura hemorrhagica. In deze gevallen levert een verhoogde antistoftiter bijkomende argumenten in het diagnostisch proces, hoewel het geen definitief bewijs vormt.
De methode kent echter belangrijke beperkingen. Er kan kruisreactiviteit optreden met Streptococcus equi ss zooepidemicus, wat aanleiding geeft tot vals-positieve resultaten. Bovendien beïnvloeden zowel vaccinatie als eerdere infecties de antistoftiters, waardoor interpretatie moeilijk kan zijn en er overlap bestaat tussen gezonde, gevaccineerde en geïnfecteerde dieren. Antistoffen kunnen bovendien langdurig aanwezig blijven, tot vele maanden na een infectie.
Samengevat is serologie bij verdenking van Streptococcus equi ss. equi vooral nuttig voor het aantonen van recente blootstelling, het ondersteunen van bepaalde diagnoses en het begeleiden van vaccinatie- en uitbraakmanagement, maar het moet steeds gecombineerd worden met directe detectiemethoden (zoals qPCR) voor een definitieve diagnose.
Referenties
- Boyle AG. Streptococcus equi subsp. equi. In: Interpretation of Equine Laboratory Diagnostics. Pusterla N, Higgins J, editors. 1st ed. Hoboken (NJ): Wiley-Blackwell; 2017. p. 165–170.
- Respiratory diseases. In: Equine Internal Medicine, 4th edition. Reed SM, Bayly WM, Sellon DC, editors. 4th ed. St. Louis (MO): Elsevier Saunders; 2018. p. 287–515.