Een belangrijke dreiging of niet?
Etiologie en pathofysiologie
Leptospirose is een wereldwijd voorkomende bacteriële zoönose veroorzaakt door spirocheten van het genus
Leptospira. Hoewel blootstelling aan Leptospira spp. frequent voorkomt bij paarden, wordt klinisch manifeste
systemische ziekte relatief zelden herkend. Recente publicaties, waaronder een retrospectieve studie van Ramsay et al. (2024), tonen echter aan dat acute leptospirose bij het veulen kan leiden tot ernstige multisystemische
aandoeningen met een aanzienlijke mortaliteit.
Epidemiologie en risicofactoren
Leptospira spp. zijn Gram-negatieve, spiraalvormige bacteriën die overleven in vochtige omgevingen. Wereldwijd
fungeren knaagdieren, wildlife en diverse gedomesticeerde diersoorten als onderhoudsgastheren. Infectie bij
paarden ontstaat doorgaans via contact met urine-gecontamineerd water, voer of bodem. Seroprevalentiestudies
tonen aan dat 16–80% van de paarden in Europa en Noord-Amerika antistoffen draagt tegen Leptospira spp., wat
wijst op frequente subklinische infecties.
De meest betrokken serovars bij paarden zijn Australis, Bratislava en Autumnalis. In de studie van Ramsay et al.
(2024) vertegenwoordigden deze serovars 86% van alle hoge MAT-titers (≥1:800). Seizoensgebonden pieken
worden vooral gezien in de zomer en vroege herfst, parallel aan verhoogde milieu-overleving van de bacterie.
Pathogenese
Na penetratie via slijmvliezen of beschadigde huid treedt leptospiremie op, gekenmerkt door vasculitis en
endotheelschade. Dit faciliteert verspreiding naar meerdere organen, met name nieren, longen en lever. Acute
nierschade (AKI) is het meest consistente kenmerk bij veulens met systemische leptospirose. Pulmonale betrokkenheid, waaronder longbloedingen, lijkt pathofysiologisch verwant aan het leptospirale pulmonale
hemorragiesyndroom (LPHS) dat bij mens en hond wordt beschreven. Hepatische aantasting ontstaat vermoedelijk door zowel directe bacteriële schade als ischemie secundair aan vasculitis.
Klinische presentatie
De klinische verschijnselen zijn variabel en vaak aspecifiek. In de casusreeks van Ramsay et al. (2024) werden
lethargie en anorexie (91%), koorts (82%), tachypneu (82%) en abnormale longgeluiden (82%) frequent vastgesteld. Epistaxis kwam voor bij 55% van de veulens en was vaak geassocieerd met intra-alveolaire bloedingen. Alle veulens vertoonden tekenen van AKI, waaronder azotemie, isostenurie, elektrolytstoornissen en in ernstige gevallen anurie.
Hepatische betrokkenheid werd vastgesteld bij 55% van de gevallen en uitte zich in hyperbilirubinemie en
verhoogde leverenzymen (SDH, GDH). Neurologische verschijnselen en uveitis kwamen zelden voor maar zijn
beschreven complicaties.
Diagnostiek
De diagnostiek van leptospirose bij het paard is uitdagend door de hoge achtergrondseroprevalentie. Een
combinatie van klinische bevindingen en laboratoriumtesten is essentieel. Urine-PCR voor pathogene Leptospira
spp. is een waardevolle diagnostische methode; een positieve uitslag is sterk bewijs voor actieve infectie. In de
studie van Ramsay et al. was urine-PCR positief bij 55% van de gevallen. Een negatieve PCR sluit infectie echter niet uit wegens intermitterende uitscheiding. Ook een PCR test op een tracheaal aspiraat bij veulens dewelke long klachten vertonen, is aangeraden.
Serologische testing via de microscopische agglutinatietest (MAT) blijft de referentiestandaard. Een viervoudige
titerstijging in gepaarde monsters of hoge enkelvoudige titers in combinatie met passende kliniek ondersteunen de diagnose. Idealiter wordt een serovarpanel gebruikt dat regionaal relevant is.
Aanvullende diagnostiek omvat hematologie (anemie, trombocytopenie), biochemie (azotemie,
elektrolytstoornissen, verhoogde SAA), urinalyse (hemoglobinurie, proteïnurie) en beeldvorming van thorax en
nieren.

Afwijkende nier met geen duidelijk onderscheid cortex/medulla en gedilateerd nierbekken (hydronefrose).

Afwijkend longoppervlak met “komeetstralen” of B-lines. Deze verticale echografische artefacten die vertrekken vanaf de pleurale lijn wijzen op een toegenomen longdensiteit (minder lucht) t.h.v. het longoppervlak.
Thearpie en prognose
De behandeling van acute leptospirose vereist intensieve ondersteunende zorg. Antibiotische therapie is gericht op eliminatie van leptospiren, waarbij penicillines of doxycycline het meest worden gebruikt. Ondersteunende therapie omvat agressieve intraveneuze vloeistoftherapie, correctie van elektrolytstoornissen en behandeling van
complicaties zoals longoedeem of bloedingen.
Bij ernstige AKI kan niervervangende therapie overwogen worden, hoewel ervaring bij paarden beperkt is.
Isolatiemaatregelen zijn aanbevolen vanwege het zoönotisch risico, met name zolang urine-PCR positief blijft.
De prognose is gereserveerd tot slecht bij ernstige systemische betrokkenheid. In de studie van Ramsay et al.
bedroeg de mortaliteit 36%, met een bijzonder slechte prognose bij veulens en paarden met anurie of ernstige
pulmonale bloedingen. Overlevende paarden vereisten doorgaans 7–14 dagen hospitalisatie
Preventie
Preventie richt zich op managementmaatregelen zoals knaagdiercontrole, hygiënisch waterbeheer en het vermijden van stilstaand water. Er is momenteel geen algemeen beschikbaar en effectief leptospirosevaccin voor paarden in Europa. Vanwege het zoönotische karakter is het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen bij verdachte gevallen essentieel
Conclusie
Leptospirose moet worden overwogen bij paarden met acute koorts, nierfalen en respiratoire of hepatische
verschijnselen. De aandoening is waarschijnlijk ondergediagnosticeerd. Vroege herkenning, gecombineerde
diagnostiek (urine-PCR en MAT) en intensieve behandeling zijn cruciaal voor een gunstige uitkomst.
Referenties
- Ramsay L, Eberhardt C, Schoster A. Acute leptospirosis in horses: A retrospective study of 11 cases (2015–
2023). J Vet Intern Med. 2024. - Divers TJ, Chang YF, Irby NL et al. Leptospirosis: an important infectious disease in North American horses.
Equine Vet J. 2019. - Fouché N et al. Acute kidney injury due to Leptospira interrogans in foals. J Vet Intern Med. 2020