Neonatale dysfagie

Anamnese

Een veulen van 2 dagen oud wordt aangeboden omdat het sinds dezelfde dag acuut ziek is. De eigenaar
meldt koorts boven 39°C. Het veulen drinkt niet meer, ligt veel en vertoont witte, melkachtige neusvloei.

Klinisch onderzoek

Bij aankomst is het veulen suf. Het ligt in laterale decubitus. De rectale temperatuur bedraagt 39.2°C. Er is
tachypneu. De hartfrequentie bedraagt 120/min. Er is witte lopende neusvloei aanwezig.
Op de long auscultatie zijn rechts cranioventraal geen ademgeluiden hoorbaar. Rechts dorsocraniaal en
dorsocaudaal zijn de ademgeluiden versterkt. Links zijn de ademgeluiden versterkt. Op de auscultatie van
het abdomen zijn de borborygmi verminderd in alle vier kwadranten.

Bloedonderzoek

ParameterResultaatReferentie
Hematocriet45 %30-45 %
Leucocyten2 x 10^9/l3,5-9,0 x 10^9/l
Neutrofielen85 %55-70 %
Monocyten0 %0-4 %
Lymfocyten15 %30-45 %
Plaatjes124.000/µl100.000-350.000/µl
Ureum25 mg/dl20-41 mg/dl
Creatinine1 mg/dl0,8-1,5 mg/dl
IgG4 g/l>8 g/l

Bloedgas en inflammatieparameters

ParameterResultaatReferentie
PaO268 mmHg>85 mmHg
PaCO248 mmHg<60 mmHg
Serum Amyloide A659 µg/ml<20 µg/ml

Verdere diagnostiek

Thoracale echografie

Rechts cranioventraal worden consolidaties gezien met verlies van luchtartefacten en een beeld passend bij hepatisatie van de long. Dorsaal zijn diffuse komeetstraalartefacten aanwezig. Er is geen vrij pleuravocht.

Links worden cranioventraal eveneens consolidaties gezien. Dorsaal zijn komeetstraalartefacten aanwezig. Er is geen vrij pleuravocht.

Endoscopie

Bij endoscopisch onderzoek wordt geen duidelijke anatomische afwijking gezien. Er is geen zichtbare palatoschisis of structurele obstructie. Tijdens het onderzoek valt wel een afwijkende deglutitie op: het veulen slikt amper bij stimulatie van de larynx met de endoscoop. Ook wanneer er melk aangeboden wordt, slikt het veulen niet.

Een tracheaal aspiraat wordt overwogen, maar omwille van de respiratoire toestand van het veulen niet uitgevoerd.

Hemocultuur

Vanwege het lage IgG gehalte, de koorts en de leucopenie wordt een hemocultuur genomen. Deze wordt positief voor Actinobacillus equuli. Het antibiogram toont gevoeligheid voor amikacine en ceftiofur.

Diagnose

Neonatale dysfagie door vermoedelijke faryngeale neuromusculaire dysfunctie, gecompliceerd door aspiratiepneumonie, hypoxemie, hypogammaglobulinemie en bacteriemie/sepsis met Actinobacillus equuli.

Behandeling

De behandeling bestaat uit meerdere parallelle onderdelen:

  • Orale melktoediening wordt gestopt zolang veilig slikken niet is aangetoond.
  • Het veulen krijgt voeding via een neusslokdarmsonde. Melk van de merrie wordt om de twee uur toegediend.
  • Hypogammaglobulinemie wordt behandeld met hyperimmuun plasma. In totaal wordt 2 liter plasma toegediend.
  • Het veulen krijgt intranasale gehumidificeerde zuurstof. Er wordt gedurende enkele dagen 6 l/min zuurstof gegeven, met opvolging van de oxygenatie.
  • Dehydratatie en energievoorziening worden ondersteund met intraveneuze vloeistoftherapie. Initieel wordt een isotone bolus van 20 ml/kg gegeven. Nadien krijgt het veulen aanvullende bolussen met 5% glucose op basis van de kliniek en bloedwaarden.
  • Er wordt systemische antimicrobiele therapie ingesteld en nadien afgestemd op hemocultuur en antibiogram. Ceftiofur wordt gebruikt op basis van de gevoeligheid van Actinobacillus equuli.
  • Ontstekingsremming wordt toegediend. Initieel wordt een dosis cortisone toegediend (0.05mg/kg dexamethasone IV dag 1, degressief, gestopt op dag 3).
  • De slikfunctie wordt herhaald beoordeeld. De faryngeale functie wordt voorzichtig gestimuleerd met zeer kleine hoeveelheden melk, onder gecontroleerde omstandigheden, terwijl volledige orale voeding nog vermeden wordt.

Vervolg

De opvolging bestaat uit herhaalde klinische evaluatie, controle van ademhaling en zuurstofbehoefte, herhaalde thoracale echografie, bloedonderzoek en beoordeling van de slikfunctie.

Na toediening van plasma stabiliseert het IgG-gehalte. Het SAA stijgt initieel verder tot 987 µg/ml en daalt vervolgens. Op dag 6 is het SAA laag.

De zuurstoftherapie kan na de eerste fase worden afgebouwd. De longletsels blijven initieel stabiel en tonen na enkele dagen duidelijke verbetering. Er ontstaan geen bijkomende pleurale letsels.

De deglutitie normaliseert na 5 dagen. De neusslokdarmsonde werd op dag 5 verwijderd.

Commentaar

Melk uit de neus bij een neonataal veulen is geen losse klacht. In combinatie met koorts, niet drinken, tachypneu en afwijkende longauscultatie moet je uitgaan van een veulen dat respiratoir en systemisch kwetsbaar is tot het tegendeel bewezen is. Het draait dus niet alleen om dysfagie, maar om het geheel: aspiratierisico, pneumonie, hypoxemie, falende passieve transfer en sepsis.

Belangrijkste differential diagnosen

  • Functionele dysfagie door faryngeale of laryngeale neuromusculaire dysfunctie.
  • Palatoschisis of een andere anatomische afwijking van mondholte, farynx of larynx.
  • Prematuriteit of dysmaturiteit met onrijpe coördinatie van zuigen, slikken en ademen.
  • Hypoxisch-ischaemische encefalopathie met gestoorde slik coördinatie.
  • Oesofageale obstructie, strictuur, megaoesofagus of motiliteitsstoornis.
  • Secundaire zwakte door sepsis, hypoglycemie, pijn of ernstige systemische ziekte.
  • Iatrogene aspiratie van melk.

Interpretatie van de belangrijkste bevindingen

De leukopenie bij een ziek, koortsig veulen is zorgwekkender dan bij een volwassen paard. Samen met het klinisch beeld, de sterk verhoogde SAA en de positieve hemocultuur ondersteunt dit een ernstige infectieuze component.

IgG 4 g/l wijst op onvoldoende passieve transfer. Dat verklaart de dysfagie niet, maar verandert wel de ernstinschatting, de behandeling en de prognose. Bij een veulen met bacteriemie kunnen toegediende antistoffen bovendien snel verbruikt worden, waardoor hercontrole zinvol blijft. We raden dus altijd aan om in dergelijk gevallen de dag na het toedienen van het plasma de IgG’s opnieuw te controleren alsook enkele dagen later, want de toegediende antistoffen kunnen dus opgebruikt worden.

De PaO2 van 68 mmHg past bij hypoxemie. In deze context is ventilatie-perfusie mismatch door aspiratiepneumonie en longconsolidatie waarschijnlijk. De long echografie ondersteunt dat beeld met cranioventrale consolidaties. Het is van belang om dagelijks de echografie uit te voeren, zo kan men de therapie aanpassen indien nodig.

Een veulen kan een krachtige zuigreflex hebben en toch onveilig slikken. Zuigen, slikken en ademen moeten nauwkeurig op elkaar afgestemd zijn. Bij faryngeale of laryngeale neuromusculaire dysfunctie kan melk in de nasofarynx terechtkomen of geaspireerd worden, ook wanneer het veulen gemotiveerd lijkt om te drinken.

Endoscopie helpt om structurele oorzaken, zoals palatoschisis of obstructieve afwijkingen, uit te sluiten en geeft tegelijk informatie over de deglutitie. In deze casus past de combinatie van normale anatomie en afwijkende slikfunctie bij functionele dysfagie. Een tracheaal aspiraat kan waardevol zijn, maar is niet altijd de eerste keuze wanneer het veulen respiratoir instabiel is.

Behandelprincipes

  • Voorkom verdere aspiratie: geen vrije orale melk zolang veilig slikken niet bewezen is.
  • Ondersteun voeding en energie via een veilige route, meestal tijdelijk via neusslokdarmsonde.
  • Corrigeer onvoldoende passieve transfer met plasma en controleer opnieuw wanneer de kliniek ernstig is.
  • Behandel pneumonie en sepsis systemisch en stuur bij afhv de bloedcultuur en vnl. het antibiogram.
  • Volg oxygenatie en longbeeld actief op; cranioventrale consolidaties kunnen evolueren, vrij vocht kan aanwezig zijn na enkele dagen.
  • Herbeoordeel de slikfunctie regelmatig, maar forceer orale voeding niet te vroeg.

Take-home messages

  • Melk uit de neus bij een neonataal veulen is een alarmsignaal tot het tegendeel bewezen is.
  • Een normale zuigreflex is geen garantie voor veilige deglutitie.
  • Stop orale voeding bij aspiratieverdenking en kies tijdelijk voor veilige nutritionele ondersteuning.
  • Controleer IgG bij elk ziek neonataal veulen; falende passieve transfer verandert behandeling en prognose.
  • Thoracale echografie is zeer bruikbaar voor diagnose en opvolging van aspiratiepneumonie.
  • Functionele neonatale dysfagie kan reversibel zijn, maar alleen als aspiratie, hypoxemie, sepsis en voeding tijdig onder controle komen.

Gerelateerde Vet Cases

10 juli, 2026

Een multiple, complexe tandfractuur

Anamnese Een 3,5-jarige ruin wordt aangeboden door een collega-dierenarts vanwege een zwelling van 5 cm ter hoogte van de rechterbovenkaak, die bij aanraking licht gevoelig...

29 mei, 2026

Spoedbehandeling van meerdere snijtandfracturen na ongeval bij een sportpony

Anamnese  De pony werd met spoed aangeboden na een acuut trauma aan de snijtanden. De eigenaar meldde dat vermoedelijk één snijtand gebroken was en één snijtand uit de tandkas...

13 mei, 2026

Immuungemedieerde hemolytische anemie secundair aan Streptococcus equi subsp. equi infectie

Anamnese De eigenaar meldt sinds enkele maanden een abnormaal ademhalingsgeluid tijdens inspanning bij een 6 jarige warmbloed hengst, vooral hoorbaar bij verzameling en intensievere arbeid....